Hoe kun je jouw motorbeheersing verbeteren?

Je motor gecontroleerd rond sturen ziet er vanaf de kant vaak makkelijker uit dan het werkelijk is. Je hebt heel je lichaam nodig om de motor te controleren. Door de juiste houding op de juiste plek kun je het jezelf makkelijker maken.

Tip 1: Zorg dat de hele motor bewaakt is

De voorkant van je motor kun je bewaken met je armen, hoofd en bovenlichaam. Op de hardere circuits mag je meer druk op de voorkant uitoefenen, dan op een los en zanderig circuit. Wanneer je geen druk uitoefent kun je niet goed sturen.

De achterkant van je motor kun je bewaken door benen en billen. Wanneer je rechtop op de motor staat, kan het achterwiel alle kanten op. Wanneer je druk op je achterwiel hebt kun je beter accelereren. Je billen gaan naar achteren wanneer je jouw bekken goed kantelt.

 

Tip 2: Zitten op het juiste moment

Wanneer je op de juiste moment voor druk zorgt (gaan zitten) kun je meer gas geven. Je zult merken dat je de motor beter doet wat jij wil. Op een zand circuit ga je zitten na de remknippen / in het midden van de bocht. Op het moment dat je gaat zitten moet je meteen op je gas kunnen. Zo wordt het een beweging; staan, zitten en gas.

 

Tip 3: Zorg dat je armen en benen in de juiste positie staan

Laat je armen niet omlaag hangen want dan heb je minder kracht om je stuur te corrigeren. Extreem omhoog werkt ook in je nadeel dus precies ertussen in. Dan kost het minste kracht en je hebt het grootste effect.

Zorg dat je voeten in het midden van de steun staan en naar voren wijzen. Wanneer je tenen altijd bij de rem en koppeling kunnen, kun je er ook het beste gebruik van maken. We zien in de praktijk vaak voeten naar buiten staan. Je voet blijft zo eerder achter een paaltje of het zand hangen. Een blessure ligt dan eerder op de loer.

 

Wij gaan altijd uit van een “basis” houding die voor iedereen neutraal is en theoretisch onderbouwd wordt. 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *